f

Nieuwsblad 15 november 2012

SCHOTEN - De Schotense illustratrice Thaïs Vanderheyden gelooft dat haar Spiekpietjes, olijke popjes die ook de hoofdrol spelen in een prentenboek, straks net zo goed bij Sinterklaas horen als de wortel en het suikerklontje in de schoen voor de schouw.
Thaïs Vanderheyden (36) studeerde kunstgeschiedenis en specialiseerde zich vervolgens in restauratietechnieken. Maar uiteindelijk werden acrylverf en penselen haar werkmateriaal.

De Warenhuismuisjes

Thaïs werd op een talentendag opgepikt door Uitgeverij Clavis, die in 2011 haar eerste kinderboek ‘De Warenhuismuisjes’ op de markt bracht.

‘Enkele boeken later ben ik in de ban geraakt van de Spiekpietjes, waarmee ik de mooie Sinterklaastraditie een extra dimensie wil geven’, zegt Thaïs. ‘De Spiekpietjes zijn lief, klein, handig en snel. Ouders en leerkrachten mogen het Spiekpietje elke avond helpen een nieuwe uitkijkpost te vinden in huis of klas. Het liefst zitten ze een beetje verstopt in de hoogte en elke avond op een andere plek. Zo kan het Spiekpietje de kinderen goed in de gaten houden.’

Pietjes spioneren

Amerikaanse kinderen kennen het fenomeen al langer. Daar duiken vanaf Thanksgiving Day tot Kerstmis elfenpopjes op met een gelijkaardige missie.

Maar zijn Pietjes die de kinderen bespioneren wel kindervrienden? ‘Natuurlijk’, reageert Thaïs op de kritiek die haar al een paar keer te beurt viel. ‘Kijk naar dat figuurtje: mijn Zwarte Piet lijkt wel een mollige kleuter met een lachend gezichtje. Het zijn geen boemannen, al zijn ze ook een hulp voor ouders die wat meer discipline verlangen van hun kinderen.’

‘Van op hun boekenplank hoog in de woonkamer of van op de ijskast kijkt het Spiekpietje mee toe of zoon- of dochterlief de boterhammetjes wel flink opeten en niet te veel rommel laat rondslingeren. De Spiekpietjes hebben volgens het verhaal kleine mobiele telefoontjes waarmee ze bij Sinterklaas en de grote Zwarte Pieten verslag uitbrengen met het oog op 6 december. Zo weten Piet en Sint waar de brave en minder brave kinderen wonen als ze aan hun tocht over de daken beginnen.’

Kritiek uit Nederland

Bob (4,5) en Moris (2,5), de kinderen van auteur Thaïs, zijn al helemaal in de ban van de Spiekpietjes. ‘Ze zijn er zeker niet bang van, maar ik merk dat ze beter hun best doen. En het is voor hen elke ochtend een leuk begin van de dag om het Spiekpietje op te sporen. Natuurlijk zal de Sint hun schoen sowieso niet overslaan straks. En ook de kritiek die vanuit Nederland komt aanwaaien, dat ik via dit verhaal de zwarte medemens als een onbetrouwbaar personage zou afschilderen, is uit de lucht gegrepen. Zwarte Piet hoort nu eenmaal bij de traditie zoals de het paard Schimmel en de baard van Sinterklaas.’

Pop en prentenboek

Bij de olijke pop hoort ook een prachtig prentenboek over de Spiekpietjes of omgekeerd. Die zijn intussen goed op weg om hun plaatsje in de Vlaamse en Nederlandse huiskamer te veroveren. Clavis liet vijfduizend exemplaren drukken van ‘De Spiekpietjes’ en er zijn er al vierduizend van verkocht. De normale oplage voor een kinderboek ligt rond de 1.500. Thaïs Vanderheyden: ‘Ik ben daar heel blij mee en begin binnenkort aan een nieuw verhaal met het oog op Sinterklaas 2013. Wie weet kan ik er dit keer ook enkele liedjes bij verzinnen? De Spiekpietjes wacht een mooie toekomst.’